Schaamte, Mag ik van U deze Dans?

'I realized that one isn’t born with courage. One develops it by doing small courageous things—in the way that if one sets out to pick up a 100-pound bag of rice, one would be advised to start with a five-pound bag, then 10 pounds, then 20 pounds, and so forth, until one builds up enough muscle to lift the 100-pound bag. It’s the same way with courage. You do small courageous things that require some mental and spiritual exertion (Maya Angelou).'

Een tijd geleden leerde ik als coach een in haar stilte indrukwekkend aanwezige jonge vrouw kennen. Ze liep de begeleidingspraktijk in met langzame stappen, ietwat schichtig om zich heen kijkend, toch ook elk object, kleur en eigenaardigheid in zich opnemend. De spanning was voelbaar. Ik vroeg of ze wat te drinken wilde. ‘Thee graag’, gaf ze aan. ‘Ah, dat is fijne warmte om ontspannen mee te starten’, zei ik lichtvoetig. Ze lachte subtiel en attent en zo startten we de sessie met ongedwongen connectie.

In gesprek toonden zich al snel haar intensiteit, complexiteit en gedrevenheid. Het was een werkelijk genot om met haar vergezichten mee te mogen bewegen. Innerlijke conflicten werden steevast uit een filosofisch oogpunt ontleden, de relatie tot de biologie van de mens, maar ook de evolutie van de soorten werd geanalyseerd en literaire voorbeelden van karakters die met soortgelijke problemen worstelden kwamen gul aan bod. Ik mocht mezelf als coach eraan herinneren ruimte te creëren voor de diepere, gevoelde lagen van haar beleving. Dit deed ik door fysiek present te zijn, open vragen te stellen en dóor te vragen, over wat haar nu zo fascineerde aan de voorbeelden en thema’s die ze deelde ter uiteenrafeling van wie zij was en wat haar dwars zat. Hoe meer ik doorvroeg, hoe meer verontschuldigingen zij uitte. ‘Sorry dat ik zo warrig overkom,..’ en ‘Sorry, mijn hoofd werkt zo, dat…’. Terwijl ze deze verontschuldiging uitte, merkte ik op dat ze rap wisselde tussen extraverte intensiteit en inhibitie van haar bewegingen. Het was geen pendelen tussen binnen - en buitenwereld, eerder een robuust schokken. Ook haar intonatie wisselde af, ze sprak dan weer uitgelaten enthousiast, dan weer min of meer brabbelend, zacht en tot irritatie aan toe wekkend onverstaanbaar, dan weer gewichtig en pedant als een docent met zendingsdrang.

Op enig moment vroeg ik door op een theorie over de psychologie van klimaatactie die ze zelf had uitgewerkt voor een afstudeerproject. Ik merkte op dat ze heel zacht ging praten, zichzelf ook klein maakte en giechelend het theoretisch bouwwerk uit de doeken deed. Het evidente contrast tussen de grootte van haar denk - en speurwerk en de timiditeit van haar fysieke presentie was even fascinerend als gevoelsmatig oneerlijk. Ik zou bijna mijn nieuwsgierigheid naar haar theorie afremmen uit ongepaste bescherming en nam deze tendens scherp bij mezelf waar.

Het voelde als een belangrijk moment om aandacht te hebben voor de emotionele verschuivingen. Ik spiegelde op milde wijze welke lichaamsbewegingen ik haar zag maken, hoe haar stem klonk. Ze herkende het meteen en, gretig naar begrip, wilde ze duiden wat dit te betekenen had. Ik wachtte even met het meebewegen met deze gretigheid en nodigde haar toen uit te exploreren of het oké voor haar was dat deze lichamelijke wisselingen voorbijkwamen. Op die vraag volgde stilte, gefronste wenkbrauwen, knipperende oogleden, een terugtrekkende beweging, nog even stilte, ontspanning van de mond en al rap subtiele tranen. Met een zachte blik, iets verhoogde wenkbrauwen en licht opgetrokken mondhoeken nodigde ik haar uit verder te delen.

‘Ik schaam me, geloof ik’.

Ze vertelde over de schaamte die ze ‘eigenlijk’ ervaart, zo vaak, in sociaal contact dat ‘eigenlijk’ leuk zou moeten zijn. Over wie zij is, wat er in haar omgaat en wat het leven voor haar waardevol maakt. We pendelden even richting de schaamte om te onderzoeken welke lichamelijke gewaarwordingen hierbij kwamen. Ze maakte een kleine lichaamsbeweging ter gebaar van de schaamte en ik nodigde haar uit deze iets te vergroten, samen en tegelijkertijd. Naast een gedeelde glimlach, bracht dit erkenning. Ah jah, zo voelt dat, dit doe ik inderdaad. Ik nodigde haar uit ruimte in te nemen in de kamer. Twijfelachtig stond ze van de hoek van de bank op en liep wat zoekend door de ruimte. ‘Hier?’ vroeg ze. ‘Voel gerust zelf na of dit de plek is voor jou, momenteel.’ Eenmaal haar tijdelijke plek ingenomen, bewogen we wat frivool op en neer en speelden we met de groottte van ons lichaam in de pose van de schaamte. Ik deed mee, om er een spel en geen eindexamen van te maken. Er volgde al gauw een grotere lach en een grotere lach, gevolgd door een diepe zucht. ‘Zoveel ruimte neem ik nooit in, het voelt eigenlijk wel lekker, al is het ook eng. Onzeker.’ ‘Het wiebelt behoorlijk hè, zo’n lichaam’, grapte ik. Ondertussen waren verdriet, vertwijfeling, schaamte, spiegeling, vreugde, trots en uitgelatenheid met elkaar vermengd tot een ruime stroom menselijke gevoelens en levendigheid. Ik besloot verse thee op te halen en bood haar daaraan voorafgaand expliciet de vrije ruimte ter exploratie van het gevoel dat elke locatie met zich meebracht. ‘Interessant’, zei ze kordaat toen ik de kamer weer in liep. We gingen ‘ontladen opgeladen’ weer zitten, gevolgd door een rijkelijk reflectiemoment waarin we haar verlangens tot persoonlijke ontwikkeling bespiegelden vanuit verschillende aspecten van mens-zijn: cognitief, spiritueel, emotioneel, creatief, sociaal en fysiek.

‘Ik wil weer dansen.’

Dit was haar vroegere passie geweest, maar na de middelbare school had ze zich volledig gestort op studiewerk. Dat bracht voldoening, maar was ook vermijding. Op de universiteit ervoer ze weinig klik, medestudenten hadden een andere mate van interesse voor studieonderwerpen. De ervaringen waren verwarrend geweest en hadden haar onbewust geprikkeld zich helemaal te focussen op onderzoek-doen. Nu ze bijna klaar is op de universiteit en kan gaan promoveren, twijfelt ze over haar toekomst. Ze wil niet vast komen te zitten tussen vier muren, geen grijze studiemuis worden. En ze voelt dat ze continu zekerheid zoekt, maar ook niet echt leeft, zó.

‘Meer bewegingsvrijheid, minder eenzaam ook?’ vroeg ik retorisch, lichtelijk glimlachend en op kalme toon.

JA! zei ze met haar armen lukraak opengeklapt. Ze leek zowat te schrikken van zichzelf. Ik ving de schrik op met warme ogen van een aanhoudende glimlach en we exploreerden de vormgeving van ons gezamenlijk traject.

We hebben elkaar na deze eerste sessie nog een paar keer gesproken en wisselden tijdens de sessie filosofische bespiegelingen af met variaties op lichamelijke bewegingen die opvielen tijdens het gesprek, omdat ze emotionele verschuivingen weergaven. Dat bracht verlichting, inzicht en had telkens ook haar cognitieve interesse. Met een chique woord was ze blij te werken aan haar ‘interoceptieve competentie’. Ze kon eigenaarschap nemen van de schaamte, deze in haar lichaam en geest lokaliseren als lichamelijke gewaarwordingen, gedragstendensen en gedachtepatronen. We leerden ook de persoon ‘onder’ de schaamte kennen. De persoon die er gevoelsmatig eerder en gedurende een lange tijd niet echt mocht zijn, omdat zij ervoer té veel, té complex, té eisend te zijn. Een getemd persoon, die - godenzijdank - ontembaar bleek.

Tijdens sessies ontstond intrigerende spiegeling. Oh, zo voelt het om vrijuit te spreken! Onherroepelijk was dit voor mij als coach ook enorm voedend, om een medemens zo zien te ontplooien en een connectie te voelen op een diep niveau van begripsvorming en zingeving. Op enig moment was er behoefte aan een grotere groep ontwikkelingsgelijken. Ik was blij dat er aanbod bestaat van onder andere Intergifted en dat we ook aandacht hadden voor haar specifieke interesses, zodat we aanknopingspunten vonden voor passende omgevingen om nieuwe contacten te onderzoeken.

Misschien wel nog vreugdevoller was haar keuze voor tangolessen. Argentijnse tango bleek een magnifieke manier om af te leren stemmen op haar gevoelde zelf in contact met de ander, er was een continu volgen-en-leiden, haar gretigheid transformeerde tot harmonieuze passie en haar schaamte verwerd tot uitnodigende trots. Met passievolle waardering vertelde ze de laatste sessie over haar ervaringen, regelmatig bekroond met een bloos zelfspot en uitgelaten waardering voor leermomenten. In contact met andere begaafde jongvolwassenen leerde ze meer gezonde relationele dynamiek te ontwikkelen, dit werd langzaamaan een bron van waaruit ze ook evenwichtiger met anderen leerde samenleven. Een voortgaand proces, dat haar er opnieuw van overtuigd helemaal aanwezig te (mogen) zijn. En terwijl ik hieraan terugdenk, wellen de subtiele tranen ook weer even bij mij op - zo spreekt verbondenheid ten bate van individuering.

Zij is een mooi mens en ik ben er vervuld van dat ze zichzelf nu ook als zodanig ziet en laat zien.

N.b.: dit blog is een gefictionaliseerde weergave van verzamelde praktijkervaringen.

Previous
Previous

Bewegingsvrijheid

Next
Next

Uwe Speelsheid