Bewegingsvrijheid

Wie als psychologisch begeleider werkt, kan een berg aan theorie inwinnen over hoe emotionele ontwikkeling ‘werkt’. Er zijn talloze boeken, stromingen, disciplines en voelende denkers en ijverige onderzoekers te vinden. In de praktijk hoor ik begeleiders regelmatig zeggen “ik doe het op intuïtie” of “ik volg mijn gevoel”. Soms treffen zij een invalshoek, methode of paradigma waarin zij hun intuïties gespiegeld zien, in woorden gegoten weten en soms wetenschappelijk ferm onderbouwd. Positieve desintegratie kan bijvoorbeeld zo’n theorie zijn die begeleiders uitpluizen uit voedende herkenning van hun persoonlijke perspectieven en praktijkervaringen. De herkenning zit ‘m dan onder andere in Dabrowski’s aandacht voor conflicten als inherent aan groei.

Als iemand aan mij vraagt hoe psychologische begeleiding precies werkt, ben en blijf ik een of tenminste eén antwoord immer schuldig. Het zijn complexe processen waar veél meer factoren een rol inspelen dan ik bewust uit-eén-rafelen kan. Soms denk ik - eventjes - het gouden ei te hebben gevonden. Emoties, het draait om emoties! De relatie, de relatie staat centraal! Het lichaam, dat is de plek waar het allemaal gebeurt! De context jongens, we moeten context sensitiever zijn! Oh, vergeet niet om positief-faciliterend te zijn in plaats van (alleen) negatief-problematiserend! Ah, de kwaliteit van denken bepaalt een groot deel van kwaliteit van leven! Uhmm, draait het niet allemaal om bewustwording?! En ga zo maar door:). Het zijn allen valide aandachtspunten en allen spelen ze inderdaad een rol in de psyche van de mens en de emotionele ontwikkelingen die we in de praktijk faciliteren. Sterker nog, de verschillende gebieden vertellen wellicht allemaal hetzelfde, zij het vanuit een andere invalshoek belicht.

Omdat we het hebben over een complex onderwerp, over complexe processen en de mens als complex wezen te midden van een complexe omgeving, raken we nooit uitgestudeerd. Tegelijkertijd gaat het bij werkelijk contact maken met elkaar ook om het ontspannen aanwezig-zijn, het getuige-zijn van elkaar als voelbaar, kwetsbaar verbonden én autonome subjecten. Hierbij leggen we de theorie en diens studieobjecten vooral even terzijde. We ademen, knikken, grollen, houden in, vragen door en verwelkomen verstillend. Deze nuances zijn dermate genuanceerd dat het wellicht vooral romans en andere fijnzinnige kunstvormen zijn die hier een gevoelsmatig indrukwekkende glimp van tonen.

Een terugkerende constatering door de jaren heen, is dat ik als begeleider open, attent en ruim probeer te voelen en waarnemen. Dit is een continu pendelen tussen ‘naar binnen kijken’ in mijn eigen lichaam en ontdekken wat ik daar opmerk als weergave van en interactie met de omgeving en perceptie gericht op wat er vanuit de omgeving mijn zintuigen binnenkomt. Hoe meer helder van geest ikzelf ben als begeleider, hoe minder gepreoccupeerd met andere zaken, hoe meer fysiek bewust aanwezig en hoe meer ‘in het midden’ met mijn aandacht, hoe gemakkelijker ik heen en weer beweeg tussen binnenin mezelf voelen en de omgeving zorgvuldig waarnemen. De ander merkt dit (onbewust). Aan mijn lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen en intonatie. Ik communiceer ‘het is veilig hier’, de woorden en bewegingen dansen op en met een melodie die speelruimte aftekent.

In de beschreven context is het ook mogelijk om attent op te merken welke lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen en intonatie de ander deelt. Zo kan ik de ander een beetje lezen zoals de ander mij leest, al wordt dit ook weer niet een focuspunt ‘an sich’. Dit aanwezige samenzijn is reeds een enorme ‘warme’ bron aan data en we zouden met gemak sessies kunnen vullen met ervaringen en reflecties op wat er ter plekke lijkt te gebeuren. De ander komt echter naar de sessie met een verhaal. Een verhaal dat veelal verteld wilt worden. En het is ook belangrijk, zingevend en verbindend hier aandacht aan te besteden. Tegelijkertijd ben je als mens ook meér dan het verhaal en de ter plekke gevoelde intensiteit spiegelt deze wijsheid ook. Het is veelzeggend te blijven kijken naar de lichamelijke expressies ‘onder’ het verhaal, het verhaal dat het lichaam continu vertelt en speelt. Dit biedt facilitering van basisveiligheid, accurate spiegeling en acceptatie van het geleefde belang van het verhaal. Ook is het een effectieve invalshoek voor een onderzoek van nieuwe bewegingsvrijheid.

Gezien de complexiteit van het psychologische proces, vat ik het doel van begeleiding vaak samen als ‘opnieuw de levendige moed ervaren en aangaan om complexiteit te onderzoeken’. Om dit te durven, om exploratie aan te durven gaan en daarin als persoon getransformeerd te worden, is het belangrijk je in enige mate vertrouwd te (leren) voelen met je emotionele reikwijdte. Om hiermee vertrouwd te raken, is het zinvol je lichaam te leren kennen.

Je lichaam, zoals je geest, kent talrijke toestanden met daarbinnen verschillende emotionele kleuringen, tonen, tendensen en oneindig gedetailleerde fysiologie. We zien deze rijkheid voor een deel letterlijk, want we bewegen en middels de beweging lezen we emoties. De beweging betreft de emoties. Een deel zien we niet per se letterlijk (tenzij aan de hand van technologische beeldvorming), want dat deel gebeurt onder onze huid, van orgaan - tot celniveau.

Psychologische begeleiding gaat veelal over het oké-zijn met de levensvorm mens in al zijn verschijningen, opdat je als dít uniek mens de veerkracht leeft om in de wereld met al háar complexiteit te leven.

Ons lichaam en onze geest kunnen in potentie voldoende verschillende toestanden leren om effectief aan te passen aan de complexiteit van de wereld. We zijn tenslotte ook eén met elkaar, de wereld en het lichaam zijn met elkaar opgegroeid, zogezegd. Sterker nog, de wereld leert ook weer van ons (lichaam). Het kan zo zijn dat impactvolle gebeurtenissen (van kleine en van grote schaal) je hebben geleerd met name te vertrouwen op een gedetermineerd aantal toestanden. Zoals vechten, vluchten of bevriezen. De wereld bood toestanden waarin deze lichamelijke reacties en bewegingen nodig waren. Het is vervolgens vanuit deze toestanden dat je de wereld percipieert - hiermee wordt op den duur ook de complexiteit van de wereld om je heen ondermijnt. Als je wereld verandert, reageer jij wellicht nog vanuit de geleerde perceptie. Dan ontstaan er conflicten. (potentieel) Leerzaam, maar ook weleens enorm zwaar en ontregelend.

Levenskunst heeft onder andere te maken met de verwerking van ‘vastgezette’ lichaamsbewegingen. Je leert bewegingen afmaken die mogelijk nog in je opgesloten zitten, zoals vechten of vluchten na een bevriezingstoestand of boosheid eerlijk uiten na kwetsing. Zo ervaar je opnieuw welke bewegingsmogelijkheden je hebt. Hulpeloosheid, machteloosheid, zinloosheid, chronische angst….ontspannen, verkwikken en worden aangevuld met een veel rijker repertoire aan mens-zijn. In dit proces herschrijf je tevens je levensverhaal. Er is erkenning van wat er gebeurd ís en welke reacties er destijds waren, er is nieuwsgierigheid naar een nieuw, zich alsmaar ontvouwend ‘is’ . Je opent je ogen naar een complexere wereld.

Bewegingsvrijheid, alleen het woord biedt al ademruimte. Bewegingsvrijheid is een vitale synoniem van emotionele ontwikkeling.

Uhmm….klinkt leuk en aardig, maar welke theorie onderbouwt dit ;-)? Neem gerust contact op mocht je je graag theoretisch of via een sessie verdiepen in deze thema’s en processen.

Previous
Previous

Vervreemding

Next
Next

Schaamte, Mag ik van U deze Dans?